De deur op slot als standaardoplossing voor mensen met dementie hoort bij een tijdperk dat we achter ons moeten laten. Niet omdat veiligheid onbelangrijk is, maar omdat vrijheid óók zorg is. In de reportage ‘Verpleeghuisbewoners opsluiten wordt taboe: ook mensen met dementie zijn bovenal vrije burgers’ (NRC) wordt dat spanningsveld scherp zichtbaar. Deuren gaan open, maar ‘100% veilig’ kan niemand beloven. Naasten voelen angst (‘stel dat…’), medewerkers voelen verantwoordelijkheid (‘als het misgaat…’), en tegelijk is er die confronterende realiteit: in wezen sluiten we mensen op, juist in de laatste fase van hun leven. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd krijgt nog steeds signalen dat het open-deurenbeleid (in de geest van de Wet zorg en dwang) lang niet overal realiteit is. Maar wat mij raakt: plekken die wél openen, ervaren vaak meer rust dan onrust. Alleen al omdat die constante, onzichtbare grens verdwijnt: ’tot hier en niet verder.’ Als deuren opengaan, wordt één vraag urgent: hoe maken we woonzorgomgevingen aantrekkelijk, logisch en menswaardig voor (jonge) mensen met dementie? Zeker nu steeds meer mensen jonger dan 65 getroffen worden, met andere behoeften, andere energie en andere rollen (partner, ouder, collega, vriend(in)).
alzheimer-architecture.nl zoekt daar antwoorden op. Wie denkt er met ons mee?
Foto: Maja Daniels
