Kleuronderzoek onder mensen met dementie in twee verzorgingshuizen (n-31)

by admin

Inleiding
Met de vergrijzing van de wereldbevolking neemt de prevalentie van mensen met dementie toe. Naar schatting waren er in 2010 wereldwijd 35,6 miljoen mensen met dementie. Dit aantal zal naar verwachting in 2050 115,4 miljoen bedragen. Van de 270.000 mensen met dementie in Nederland woonden er in 2017 ruim 70.000 in een zorgcentrum. Deze verzorgingstehuizen moeten een aangename en optimale leefomgeving bieden, rekening houdend met de wensen en mogelijkheden van de bewoners. De afgelopen decennia is er meer bekend geworden over het belang van de woonomgeving voor mensen met dementie. Er is meer aandacht voor het ontwerp en de inrichting van de verzorgingshuizenwaarin mensen met dementie wonen. Kleur is een belangrijke aspecten bij het ontwerp en inrichting van verzorgingshuizen, maar de voorkeur van mensen met dementie met betrekking tot deze kenmerken is nog onbekend.Kleur is een aspect dat mogelijk de stemming en het gedrag van bewoners kan beïnvloeden. Het doel van deze studie is om de kleurvoorkeuren van mensen met dementie op een autonome manier te onderzoeken. Bewoners kregen gekleurde voorwerpen te zien die ze vrijelijk konden meenemen. Er werd verondersteld dat objecten met de gewenste kleur vaker zouden worden weggenomen dan objecten met een minder geprefereerde kleur.

Methode
Twee verzorgingshuizen, te weten Pennemes en Menisstenerf in Zaandam werden geselecteerd voor deze studie, waarbij 31 bewoners (25 vrouwen) woonachtig in vier verschillende wooneenheden werden opgenomen. Per wooneenheid kregen de deelnemers één type object aangeboden in vier verschillende kleuren gedurende een periode van drie weken, die ze vrijelijk mee konden meenemen. Na deze eerste drie weken vond er nog een periode van drie weken plaats waarbij objecten in het zorgcentrum tussen groepen werden gewisseld. De onderzochte objecten waren boeken, bekers en teddyberen in de kleuren: geel, groen, rood en blauw. Het aantal keren dat een item werd meegenomen, werd vastgelegd met een volgsysteem, bestaande uit een baken en tags. Om inzicht te krijgen in de motivatie van bewoners om items mee te nemen werden semi-gestructureerde interviews met medewerkers gehouden en werden aantekeningen gemaakt over het vinden van plaatsen.

Resultaten
Er is geen significant verschil gevonden in het aantal keren dat een object met een bepaalde kleur werd meegenomen. Er is echter een significant verschil gevonden in het aantal keren dat bepaald object werd meegenomen. Post-hoc testen (in de statistiek wordt ‘post hoc test’ als verzamelnaam gebruikt voor toetsen die uitgevoerd worden na de algemene statistische test om significantie te bepalen) toonden aan dat de bekers aanzienlijk minder zijn meegenomen dan de boeken en teddyberen. Bovendien is er een wezenlijk verschil gemeten in het aantal keren dat een boek werd meegenomen in de vier wooneenheden. Post-hoc testen toonden aan dat er een significant verschil was tussen het aantal keren dat bewoners op de derde verdieping in het zorgcentrum Mennistenerf een boek meenamen vergeleken met bewoners op de eerste verdieping van zorgcentrum Pennemes.

Conclusie
De resultaten van de huidige studie laten geen duidelijke kleurvoorkeuren zien bij mensen met dementie in deze verzorgingshuizen. Het is mogelijk dat er geen algemeen gedeelde voorkeur bestaat in kleur, wat aangeeft dat er een compromis moet worden gevonden met betrekking tot de individuele voorkeuren van bewoners bij het creëren van een aangename en optimale leefomgeving in verzorgingstehuizen.

Het onderzoek is uitgevoerd door Heleen Tuininga, Master student bewegingswetenschappen van de VU en architect/promovendus Henri Snel van de Gerrit Rietveld Academie/VU onder supervisie van Prof. dr. Astrid Kappers VU-bewegingswetenschappen en Prof. dr. Rose-Marie Droes VUMc